Skip to content

De Nalatigheid

7 augustus 2011

Het was een uur of zeven toen de mevrouw over de provinciale weg naar Deventer reed. Het begon al te schemeren, en de zon hing juist boven de bomen, waardoor de auto werd gevuld met een vervelend flikkerend licht dat tussen het koperen loof scheen. De malse oranje halmen golfden op het maaiveld. Zo zoemt het rubber over het asfalt. Tevreden, gedwee. Haar handen lagen losjes om het stuurwiel gevouwen, met de duimen in de daarvoor bedoelde uitsparingen. Zo was het prettig rijden. Haar favoriete nummer was op de radio, en ze knikte instemmend, waarbij ze op haar onderlip beet. Met één oog op de weg boog ze zich voorover, daar was het dashboardkastje. Ze nam haar zonnebril eruit en zette die met veel gevoel voor entertainment. Ze ontleende haar kracht aan de uplifting klanken van Lighthouse Family. Ze keek goedkeurend naar haar nagels, en daarna in haar spiegeltje. De weg was leeg. Of toch niet? Nee, daar reed een auto op ruim 300 meter afstand. Het was een Volkswagen in de kleur Royal Blue. Hij naderde snel. In de auto was een man met glimmende ogen en een onbekend inkomen. Hij glimlachte verbitterd toen hij de mevrouw inhaalde. Het kon haar niet deren. Ze haalde haar schouders ferm op en lachte zelfstandig. Niets kon deze avond nog verpesten. Sky Radio stond aan en Simply Red zong: “lalala” in haar oor. De zachte klanken kneedden haar gemoed, als custardcake in de zon.

Daar kwam nog een auto van achteren, een witte. Hij naderde met gepaste snelheid, zodat de mevrouw na een halve minuut de oranje en blauwe strepen op de motorkap kon onderscheiden. Het was de politie. In de auto kon ze een zonnebrildragende veertiger ontwaren, getrouwd en twee kinderen, vermoedelijk. Zijn broer zou wel netwerkconsulent zijn, dacht ze gevat. O ze was zo’n gevatte vrouw, en charmant bovendien, zoals haar hoofd dijnde op die rouge golven van Simply Red. Ja, dat was allemaal lang niet onverdienstelijk.
De politiewagen bleef een tijdje achter haar rijden, de man keek tevreden voor zich uit. Tenslotte haalde hij haar beleefd in. Maar in plaats van zich langzaam van haar te verwijderen bleef hij vlak voor haar rijden, achter de ruit kwam een klein bordje omhoog. De vrouw maakte zich geen zorgen, want ze wist dat ze het recht aan haar kant had. Toch verschenen daar de bekende rode letters: “Stop Politie”. Zich nog steeds van geen kwaad bewust volgde ze de politiewagen naar de berm, waar ze haar voet van het gaspedaal haalde. Vervolgens trapte ze de rem in, maar niet te ver. Ook de koppeling moest eraan geloven. Ze schakelde. De agent stapte beheerst uit. Hij ging aan haar raam staan, de vrouw draaide het open. Ze keek van zijn riem via zijn stropdas omhoog naar zijn besnorde gezicht. Hij nam zijn zonnebril af en klapte die met één snelle beweging in. De mevrouw zette haar muziek wat zachter. “Dankuwel dat u de muziek wat zachter zet.” sprak de agent. “nu kunnen we elkaar tenminste verstaan.” “Ik ben blij” sprak de vrouw, “dat we op dezelfde golflengte zitten.” en ze glimlachte er geëmancipeerd bij. “Weet u waarom wij u aanhouden?” De vrouw haalde haar schouders op. “Het is ons opgevallen, dat de leesbaarheid van uw nummerbord tot een onaanvaardbaar niveau gedaald is. Wij kunnen niet eens een B en een P onderscheiden.” Zo sprak hij, half lachend, half ernstig. Hij vond zichzelf ongetwijfeld ontzettend geestig, zo dacht de vrouw. Zie je hem staan, met zijn stropdas, zijn pet en zijn pantalon? Een echte agent.

“Dat spijt me vreselijk, eerlijk waar. Zal ik hem meteen even afstoffen met mijn hand?” Ze stak haar fijnbesnaarde hand omhoog en maakte er een cirkelbeweging mee, zo vanuit die kleine pols, als was ze al aan het poetsen. Ze heeft de wereld in haar handen, dacht de agent vertwijfeld. “Nou, dat komt zo wel. Mag ik uw kentekenbewijs even zien?” Ze gaf het aan hem. Het was in orde. “En uw rijbewijs?” Ook dit gaf ze de agent, echt heel fatsoenlijk allemaal. Hij bladerde het aandachtig door. Een geheimzinnige lach speelde somtijds om haar rouge lippen, want ze wist dat alles goed kwam.

Nu keek hij haar aan. “Uw rijbewijs is verlopen. Al zes dagen.” De vrouw keek hem in de ogen, zich van geen kwaad bewust. “Dan ga ik morgen naar het gemeentehuis, dan is dat geen probleem.” De agent lachte met dichte mond. “Ik ben bang dat dit niet zal gaan. Stapt u maar even uit de auto.” De vrouw zag dat de agent het meende. Ze streek de plooien uit haar rok en vouwde een lok achter haar oor. Ze schikte haar zonnebril nog eens. Nu stond ze buiten. “Wel, dit bederft nu mijn dag” – ze rechtte haar rug – “ik was juist op weg naar een receptie om zeven uur”. De agent keek zelfbewust voor zich uit. “Gaat u er maar niet vanuit dat u daar vanavond nog komt. Gaat u daar maar tegen die boom staan, die daar bij die ondiepe greppel, waar de natte bladeren op de bodem liggen.” De vrouw raakte nu toch licht verontrust. “Wat is hier de bedoeling van?”. De agent wees met achterkant van zijn hand: “Als u nu even meewerkt zijn we zo klaar.”

Nu liep de vrouw toch diep de berm in, bij de greppel, en de natte bladeren. Er was in de tussentijd geen één auto langs gereden. Bovendien werd het al donker. Daar stond ze nu, met haar rug tegen de natte schors. Toch nog de plooien in haar anders zo strakke rok gladstrijken, toch nog een keer de lok achter het oor vouwen. Ze was niet langer onberispelijk. De agent kwam nu al gauw tot de kern van de zaak. “Ik ga u doodschieten. Zes dagen is buiten de wettelijke limiet.” De vrouw wist niet hoe snel ze het donkere bos moest inrennen. De donkere bladerkronen sloten zich al snel boven haar hoofd. Even was ze veilig. Er klonken twee schoten. Één in het schouderblad, de ander in de rechterlong. Niet kort daarna lag ze op de grond, met haar hoofd in een vochtige bladerhoop. De adem stokte, de blonde lokken raakten ineens vol beesten en takjes – de donkerrode vlek was op haar rug en trok naar onder. Ze veegde de takjes uit haar mond, nu was haar hand ook vol bloed. Toen ze de zee hoorde ruisen in haar hoofd was het nog een kwestie van sekonden. Ja, nu was het echt bekeken.

De agent stak zijn dienstwapen weer in de holster, stapte in zijn wagen een reed weg. De auto van de mevrouw zouden ze later immers wel ophalen.

Deze abominatie is ruim een jaar geleden geschreven door Jules Mijter en Diederik Jolijt.

Advertenties

From → Verhalen

4 reacties
  1. Anton permalink

    Krijg ’t er koud van.

  2. Stefanus permalink

    Zware kost op de maandagochtend

  3. Stefanus permalink

    .

  4. Ik had al het idee dat het verhaal niet zo gezapig verder kon gaan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: