Skip to content

Ronald in de Zomer

12 juli 2013

Het leven van Ronald Koster bestond grotendeels uit het onderhouden van informatiesystemen, het bijwerken van accountgegevens en het optimaliseren van redundantieprotocollen. Een redundantieprotocol is een flexibel proces waarbij informatiedichtheid gerelateerd wordt aan een efficiënte interface voor de eindgebruikers. De efficiënte eindgebruikers waren zijn collega’s op de zaak, die hij nooit zag. Ronald had immers zijn eigen kantoor op de zesde verdieping, waar verder alleen servers, een bronwaterautomaat en een dode chrysant stonden. De afgelopen achtenveertig uur had hij slechts geleefd op automaatkoffie en een creamcracker. Maar het resultaat mocht er zijn: de actualisatie van het laatste redundantieprotocol was voltooid en niemand had er last van gehad. Slechts vijftien minuten down-time, midden in de nacht.

Ook al had Ronald Koster zich al lang verzoend met het idee dat het niemand iets kon schelen wat hij deed, toch was het uitblijven van waardering altijd weer een milde teleurstelling. Het was half acht ’s avonds, de zon ging bijna onder. De krekels tsjirpten in het gras naast het kantoor, maar binnen was alleen het monotone gebrom van de servers hoorbaar.

De gedachte aan al die bits en bytes die efficiënt door zijn programmatuur stroomden, kon hem niet troosten. Ronald Koster dacht: “Als de computer mij nou tenminste maar bedankte”. Verwachtingsvol keek hij naar het scherm, maar er gebeurde niets. Tenslotte stond hij op, pakte zijn grijze zomerjas en stapte de lift in. Eenmaal beneden groette hij de beige receptioniste, die afwezig knikte. De draaideur zette zich piepend in gang, en Ronald was buiten. Hij liep om het gebouw heen, langs de parkeerplaats. En daar, in het gouden licht van de ondergaande zon zag hij tussen de donkere schaduwen van twee auto’s iets prachtigs. Tussen de kleine, donkergroene scheutjes parelden heldere druppels vocht. Het was vitaal, het bruiste van het leven en het was volkomen in al zijn eenvoud. Genesteld tussen de stoeptegels en het gebouw als een klein, groen, kussentje van wilskracht. Ronald beroerde het voorzichtig. Lijdzaam vormde het zich naar de vorm van zijn vinger. Het mos voelde zacht, maar toch krachtig en intelligent. En met dat Ronald zijn vinger uit het mos haalde herstelde de structuur zich langzaam weer tot haar oorspronkelijke staat. Alsof het hem uitnodigde nogmaals zijn vinger uit te strekken: “Toe maar, er is geen kwaad in mij.” Echter, niet zijn vinger strekte Ronald uit, maar zijn hart. Hij had zich nog nooit zo opgetogen, zo menselijk gevoeld als nu. En terwijl de zon steeds verder onder de horizon zakte, staarde Ronald naar het mos. En de blaadjes vouwden zich in elkaar, terwijl Ronald zijn ogen dichtdeed. Verderop liep iemand met een ladder.

Bovenstaand verhaal is geschreven door de u allen bekende R en mij naar aanleiding van een schrijfwedstrijd van uitgeverij Jaylen Books. Het is gepubliceerd in de bundel ‘Zomertijd 5’ die kan worden besteld op http://www.jaylen-books.nl/winkel/ voor €14,95. Waarom Jaylen Books ons verhaal heeft gepubliceerd is een raadsel.

Advertenties

From → Verhalen

One Comment
  1. Jan de Roos permalink

    Is dat echt uitgegeven? Leuk ja!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: