Skip to content

De Google+-rellen van 2014 – 2015: een terugblik

10 november 2013

Hoewel de rust inmiddels is teruggekeerd in onze maatschappij, liggen de Youtube-rellen nog vers in het geheugen. Tijd om eens terug te kijken op één van de merkwaardigste episodes uit het recente verleden.

Tegenwoordig wordt 29 september 2014 gezien als het begin van de rellen. Dit was de dag dat Chuck Wellington zichzelf in brand stak voor het hoofdkwartier van Google in Mountain View, Californië. Maar de eigenlijke oorzaken moeten bijna een jaar eerder worden gezocht, namelijk vrijdag 8 november 2013. Dit was de dag dat Google het voor Youtube-gebruikers verplicht stelde om een Google+ pagina te hebben als ze reacties wilden achterlaten.

In de daaropvolgende maanden groeide de publieke onvrede over de veranderingen die geleidelijk werden doorgevoerd door Google. In één poging gebruikers te trekken van het destijds eveneens populaire maar controversiële Facebook voerde Google een agressief beleid, waarbij Google-diensten steeds minder bruikbaar werden voor hen die geen gebruik wilden maken van Google+. Bovendien werd het gebruik van schuilnamen ontmoedigd, waardoor eindgebruikers steeds minder in staat waren hun anonimiteit te bewaren.

Op 17 september 2014 gebeurde er iets ondenkbaars: Google maakte het voor Youtube-gebruikers onmogelijk om nog video’s te bekijken zonder in te loggen. De maatschappelijke onvrede was gigantisch: twee weken lang was het merkbaar rustiger op straat omdat mensen op sociale media aan het klagen waren. Er werd geëist dat Google al zijn gratis diensten voor iedereen beschikbaar zou maken op een manier op een manier die anonimiteit zou garanderen. Bovendien wilde men dat Youtube-video’s weer helemaal tot het einde zouden bufferen, ook als ze op pauze staan.

Aanvankelijk bleef het dus redelijk rustig. Hier kwam een einde aan toen het incident met Wellington gebeurde. Die avond hing er een grimmige sfeer in diverse Amerikaanse steden. Op kruispunten en pleinen vonden Androidtelefoon-verbrandingen plaats. De volgende dag belande een Streetview-autobestuurder in het ziekenhuis nadat hij was mishandeld door een woedende menigte. De Nationale Garde werd ingezet om het hoofdkantoor te beschermen, maar men kon niet voorkomen dat een gefrustreerde helicopterpiloot zijn toestel op het dak landde en het gebouw binnendrong met een vuurwapen. Er vielen zes doden bij dat incident.

Dit valt echter in het niet bij de rellen die daarna in de grote steden losbraken. Getuigen meldden dat politie en leger zich op sommige plaatsen aansloot bij de relschoppers. Op verschillende plaatsen wisten de opstandelingen tijdelijk wijken of zelfs hele dorpen in handen te krijgen. De rellen sloegen bovendien over naar West-Europa, maar hier waren de gevolgen minder groot.

Pas eind januari werden de relschoppers verslagen. Er waren ruim 27.000 doden te betreuren. De materiële schade wordt geschat op ruim 90 miljard dollar. Google draaide haar beleid niet terug, maar liet in februari 2014 een verklaring weten dat de eindgebruikers zonder tegenprestatie profiteren van een gratis dienst en dat ze niet zo moeten zeiken.

Nieuwe straatgevechten bleven uit, maar activisten lieten via Google+ weten dat ze op een vreedzame manier zouden blijven strijden voor bescherming van privacy. “Een bedrijf als Google is zo groot en dominant geworden dat je als eindgebruiker niet meer om ze heen kan zonder je in allerlei moeilijke bochten te wringen. Bovendien verdient Google miljarden aan ons. Daarom heeft Google de morele plicht om de anonimiteit van de gebruikers te waarborgen, ook al leveren ze gratis diensten”, zo luidde de extremistische opvatting die destijds werden verspreid.

Op dit bericht kan alleen gereageerd worden via de bijbehorende pagina op Google+: https://plus.google.com/u/0/b/112869206249132328762/112869206249132328762/posts/p/pub?hl=nl

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: